Cursus

Laatste 40 jaar enorme toename aan welvaartsziekten

De laatste 40 jaar zijn het aantal mensen met welvaartsziekten enorm toegenomen

De gezondheidszorg wil ons vaak laten geloven dat het goed gaat met de gezondheid in Nederland. Maar door de huidige leefstijl is het aantal chronisch zieken schrikbarend toegenomen en ook ontwikkelen we op steeds jongere leeftijd de eerste chronische aandoening.

Levensverwachting

Als we onze levensverwachting bekijken, dan is deze de afgelopen veertig jaar behoorlijk gestegen. Zo hadden de mannen in 1982 een gemiddelde levensverwachting van 73 jaar en de vrouwen van 79 jaar. In 2019 heeft de gemiddelde man een levensverwachting van 80 jaar en een vrouw van 83 jaar.

Dit is grotendeels toe te schrijven aan de steeds toenemende mogelijkheden binnen de geneeskunde. Dat is geweldig goed nieuws.

Aantal chronische zieken in Nederland

Maar tegelijkertijd zien we dat onze gezondheid steeds verder af neemt.

Zo’n 8,7 miljoen mensen in Nederlanders hebben nu één of meer chronische ziekten. Dat betekent dat de helft van de totale bevolking een chronische aandoening heeft. Van deze 8,7 miljoen mensen heeft 48% één chronische ziekte, 23% heeft twee chronische ziektes en 29% heeft drie of meer chronische ziekten.

Dit is een enorme hoeveelheid en de trend neemt nog steeds toe. Steeds meer mensen worden dus chronisch ziek.

Leeftijd waarop we gemiddeld chronisch ziek worden

In 1982 ontwikkelden de mannen zowel als de vrouwen op hun 53e of 54e een chronische aandoening. Nu, slechts veertig jaar later, krijgt de vrouw voor haar 41e levensjaar een chronische aandoening en de man rond zijn 47e levensjaar. En als we de trend volgen worden we dus steeds op jongere leeftijd ziek.

Dus, we leven langer, maar een steeds groter deel van ons leven met één of meerdere chronische aandoeningen.

De westerse leefstijl

Vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen we leren dat niet alleen overgewicht, hoge bloeddruk, obesitas en depressie ontstaan vanuit onze manier van leven. Ook een groot deel van de mensen die lijden aan maag- en darmaandoeningen, luchtwegaandoeningen of bijvoorbeeld kanker hebben dit ontwikkeld door onze westerse leefstijl. Ook is er meestal een relatie tussen verschillende aandoeningen. De ene aandoening hangt soms met andere aandoeningen samen.

Welvaartsziekten voorkomen en omkeren

Onze welvaart zorgt ervoor dat de meeste mensen betrekkelijk geriefelijk kunnen leven. Maar gezondheid is ons grootste goed en onze welvaart brengt deze helaas in gevaar.

Door onze leefstijl te veranderen kunnen we welvaartsziekten voorkomen en vaak weer omkeren. Hoe je dat doet en welke stappen daarvoor nodig zijn is dan ook precies waar het over gaat bij ‘Voeding voor je genen’. 

Laatste 40 jaar enorme toename aan welvaartsziekten Meer lezen »

PCOS door insulineresistentie

PCOS veroorzaakt door insuline resistentie?

Waarschijnlijk is de grootste oorzaak van PCOS insulineresistentie. Als jij PCOS hebt en je hebt daarnaast een kinderwens is het daarom belangrijk om de insulineresistentie om te keren.

Wat is PCOS?

PCOS staat voor polycysteus ovarium syndroom en het heeft een grote invloed op de vruchtbaarheid. Bij een normale menstruatiecyclus worden er maandelijks enkele follikels in de eierstokken gevormd, waarvan er één uit rijpt tot een eitje. Tijdens de eisprong knap het follikel met het uitgerijpte eitje erin, deze wordt door de eileider opgevangen en de vrouw is op dat moment vruchtbaar.

Bij PCOS wordt er teveel testosteron aangemaakt waardoor de hormonale balans verstoord wordt. In de eierstokken ontstaan er teveel kleine follikels die moeilijk tot groei komen, waardoor er minder makkelijk een eicel uit rijpt. Ook de eisprong vind hierdoor niet altijd plaats en menstrueer je niet of minder vaak. Door PCOS vermindert de vruchtbaarheid sterk.

Ongeveer vijf tot tien procent van de vrouwen heeft een meer of minder ernstige vorm van PCOS. Hiermee is PCOS een grote oorzaak van onvruchtbaarheid bij vrouwen.

Teveel testosteron door insulineresistentie en overgewicht

Er zijn twee hoofdredenen waarom vrouwen teveel testosteron aanmaken. Deze zijn:

  • Insulineresistentie: een teveel aan insuline. Insuline activeert het enzym cytochrome P450C17. Dit enzym bevordert de hoeveelheid testosteron. Insulineresistentie speelt bij de grootste rol bij PCOS.
  • Een te hoog vetpercentage: lichaamsvet maakt ook diverse hormonen aan waaronder testosteron. Testosteron wordt dus niet alleen door de mannelijke- en vrouwelijke geslachtsorganen gemaakt. Bij overgewicht maakt een vrouw daardoor meer testosteron aan dan gewenst. 

Daarnaast zijn er nog andere aspecten die de hormoonhuishouding ontregelen. Denk aan:

  • Stress
  • Slechte voeding (dit leidt ook vaak weer tot insulineresistentie, overgewicht en een tekort aan essentiële voedingsstoffen)
  • Vervuiling in milieu, voeding en famaceutische stoffen. Denk bijvoorbeeld aan weekmakers in plastic die de hormonale balans verstoren.
  • Weinig beweging (of juist extreem veel)
  • Epigenetica: als de genen van je ouders op het moment van bevruchting ook minder gevoelig reageerden op allerlei lichaamseigen stoffen en hormonen zoals insuline, krijgt het kind dezelfde ongevoeligheid ook mee. Dit is meestal omkeerbaar met een goede leefstijl.

Wat is Insulineresistentie

Bij mensen met insulineresistentie reageert het lichaam (lees de insulinereceptoren) minder gevoelig op het hormoon insuline. De insulinereceptoren brengen bij insulineresistentie de suikers uit het bloed minder goed naar de lichaamscellen. 

Hierdoor gaat het lichaam meer insuline vrijgeven om te zorgen dat de bloedsuikerspiegel toch binnen bepaalde marges blijft. Lukt dit niet meer, doordat de insulineresistentie zeer ernstig is geworden, dan kan het lichaam de bloedsuikerspiegel niet meer op peil houden. Deze wordt dan te hoog en je spreekt dan van diabetes type 2. Diabetes type 2 is dus het laatste stadium van insulineresistentie.

Zodra het lichaam meer insuline moet aanmaken zorgt dit er ook voor dat er meer testosteron door de eierstokken wordt aangemaakt. Heb je overgewicht, dan zorgt je vetweefsel voor nog wat extra testosteron.

Een goede reden om aan te nemen dat PCOS inderdaad door insulineresistentie veroorzaakt wordt blijkt doordat in de reguliere geneeskunde metformine wordt voorgeschreven als succesvolle behandelmethode. Metformine is een medicijn dat de bloedsuikerspiegel verlaagt en wordt ook voorgeschreven bij mensen met diabetes type 2. 

Symptomen van insulineresistentie

Slechts 5% van de Nederlanders zijn nog compleet gevoelig voor insuline. Deze groep heeft geen overgewicht en zal voornamelijk uit jongeren bestaan en mensen die zich heel bewust bezig houden met voeding.

95% heeft een matige tot ernstige vorm van insulineresistentie, waarvan ondertussen meer dan 1,3 miljoen Nederlanders zo insulineresistent zijn dat ze diabetes type 2 hebben. Deze mensen kunnen een gezond gewicht hebben, want niet alleen mensen met overgewicht hebben ernstige insulineresistentie. Al komt overgewicht vaker voor naarmate de insulineresistentie erger wordt.

Je kunt insulineresistentie herkennen aan de volgende symptomen (je hoeft niet alle symptomen te hebben):

  • Futloos of alsmaar moe zijn
  • Extreem moe of slaperig worden na een maaltijd
  • Hongeraanvallen tussen de maaltijden door
  • Veel trek in zoetigheid
  • Extra vetopslag in de buikstreek
  • Droge mond (veel dorst)
  • Duizeligheid of desoriëntatie (onhelder gevoel in het hoofd)
  • Veel moeite met afvallen
  • Appelvormig figuur
  • Acne
  • Skin tags (uitsteeksel op de huid, zit voornamelijk in de nek en schouderstreek en wordt veroorzaakt door laaggradige ontstekingen)
  • Depressieve gevoelens
  • Oogklachten
  • PCOS (polycysteus ovariumsyndroom).
  • Door teveel aan testosteron ook mogelijk overbeharing op mannelijke lichaamsgebieden.
  • Hoge bloeddruk
  • Stemmingswisselingen

Waarschijnlijk herken je ook een aantal klachten die je door de PCOS ervaart die gelijk zijn aan de klachten die bij insulineresistentie horen. Zo zijn veel vrouwen met PCOS ook vaak moe en hebben vaak last van overgewicht (niet altijd, ook slanke vrouwen kunnen PCOS hebben!)

Oorzaak PCOS: insulineresistentie, overgewicht, teveel testosteron? De kip of het ei?

De manier van leven die we de laatste tientallen jaren in Nederland gewend zijn verstoord onze gezondheid op velerlei gebied. Onze leefstijl bestaat vaak uit teveel snelle koolhydraten, vaak eten, veel fabrieksmatige voeding met toegevoegde geur-, kleur en smaakmiddelen, veel stress, weinig beweging, verstoorde slaap. Kortom: ons leven is niet meer in balans met ons lichaam, oftewel onze genen en DNA.

Hierdoor ontwikkelen de meeste mensen in meer of mindere mate insulineresistentie. Maar ons hele lichaam kan niet optimaal functioneren doordat onze voeding en leefstijl niet in balans is met de natuur.

Insulineresistentie, PCOS, teveel aan testosteron, overgewicht….. het is een viceuze cirkel waarin je verkeert bij PCOS. Maar het omkeren van de insulineresistentie op een oergezonde manier, is de manier om PCOS te doorbreken.

Cursus insulineresistentie omkeren

Insulineresistentie kun je omkeren. Hiervoor heb ik een cursus van 15 weken ontwikkeld die je online volgt. In deze cursus zet je elke week je een nieuwe (kleine) stap waardoor je week na week je gezondheid verbeterd en je weer oergezond wordt. Deze stappen zijn goed doordacht en krijg je in een speciale volgorde. Hierdoor zet je de juiste stappen op het juiste moment zodat het omkeren van insulineresistentie niet zo moeilijk meer is.

Insulineresistentie zorgt er niet alleen voor dat je hormonale balans verstoord raakt waardoor je PCOS ontwikkeld. Maar het zorgt er vaak ook voor dat je makkelijk in gewicht aankomt en maar moeilijk afvalt en dat een hele reeks aan andere lichaamsprocessen steeds minder goed verloopt.

Het omkeren van insulineresistentie op een manier die past bij je genen en je DNA zorgt ervoor dat je een hele gezonde basis legt waardoor je weer de gezondste versie van jezelf wordt.

Deze cursus gebruikt de wetenschappelijke kennis en onderzoeken die er zijn over leefstijl, maar uiteraard wel in een modern jasje!

Door de cursus (elearning) insulineresistentie te volgen verander je in 15 weken tijd je leefstijl, zodat je insulineresistentie zal omkeren, de hormonale balans zal verbeteren en je geeft jezelf de grootste kans op herstel van PCOS. De nieuwe leefstijl past bij je genen, je DNA en daarom zal je hele lichaam en geest hiervan profiteren en wordt je de gezondste versie van jezelf.

Meer weten over de cursus of direct starten?

Op de cursuspagina van insulineresistentie omkeren vind je meer informatie over deze cursus.

Ook kun je op deze pagina ‘tips & weetjes om insulineresistentie om te keren’ aanvragen.

PCOS door insulineresistentie Meer lezen »

Welvaartsziekten oplossen met leefstijl

Samenvatting

Veel mensen lijken het vertrouwen in ons immuunsysteem en zelf herstellend vermogen kwijt te zijn. Heb je klachten, dan ga je naar de dokter. De dokter stelt een diagnose en als het protocol dat voorschrijft krijg je geneesmiddelen voor deze aandoening.

Veel ziektes zijn echter welvaartsaandoeningen. En de naam zegt het al, deze worden veroorzaakt door onze leefstijl in deze moderne tijd.

We slikken vaak klakkeloos de medicatie die de arts ons voorschrijft, deze verminderen zoveel mogelijk de klachten, maar veranderen niks aan de oorzaak van de klachten. Pak je de oorzaak niet aan, dat zal je aandoening ook niet verdwijnen.

Wil je weer oergezond worden, dan is het belangrijk om je leefstijl onder de loep te nemen en deze aan te passen, in plaats van blijvend gebruik te moeten maken van medicijnen.

Ziektes en levensbedreigende aandoeningen – toen en nu

Nadat we al tienduizenden jaren als mens (homo sapiens) op aarde rondlopen is met name de laatste honderd jaar onze levenswijze drastisch veranderd.

Van een natuurlijke omgeving zijn we terecht gekomen in een geïndustrialiseerde wereld vol met nieuwe technologieën.

De ziektes waarmee we nu kampen zijn over het algemeen van compleet andere aard dan amper honderd jaar geleden. Destijds waren infecties, epidemieën en problemen rond de geboorte voor zowel moeder als kind een grote bron van zorgen.

Tegenwoordig hebben we deze levensbedreigende gevaren over het algemeen goed onder controle, maar hebben we nu vooral met welvaartsaandoeningen en een enorme toename van stress te doen.

Welvaartsaandoeningen worden vaak geschaard onder de noemer dat we hier niets aan kunnen doen, dat hoort er nou eenmaal bij, want we worden immers veel ouder dan vroeger. En als de mens van vroeger gemiddeld ouder was geworden, dan had deze vast ook met chronische ziekten te maken gehad.

Wat we hierin vergeten is dat mensen vroeger ook gezond oud konden worden, mits ze niet te kampen hadden met infecties, epidemieën, geboorteproblemen of een zwaar leven onder slechte omstandigheden.

Genetisch gezien kan en kon de mens gezond oud worden. Daar is voldoende wetenschappelijk bewijs voor geleverd en ook nu vind je bij de overgebleven natuurvolkeren ouderen in goede gezondheid.

Welvaartsziekten zijn dus precies wat het zegt dat het zijn: ziekten die ontstaan door de huidige manier van leven. Ziekten die ontstaan doordat onze voeding compleet veranderd is (en zeker niet in positieve zin), door het gebruik van allerlei chemische stoffen, door te weinig beweging, door een teveel aan stress.

Welvaartsziekten regulier behandelen

Mensen ontwikkelen anno nu bijna tien jaar eerder dan rond 1985 een chronische aandoening. We worden dan wel ouder, maar we zijn in vijfendertig jaar tijd een heel stuk ongezonder geworden. En deze trend zet helaas nog steeds verder door. Tegenwoordig zie je zelfs jonge mensen met ouderdomsklachten zoals diabetes type 2.

Door hoe onze maatschappij in elkaar steekt denken we vaak niet eens meer na over hoe ziekten ontstaan. We hebben de illusie dat onze gezondheidzorg ons gezondheid brengt en dat medicijnen de enige manier zijn om weer gezond te worden. ‘Als de dokter het zegt, dan is het zo….’ Dat medicijnen chemische stoffen zijn en vaak bijwerkingen hebben accepteren we. Dat we de medicijnen moeten blijven slikken, dus dat echte gezondheid niet wordt geboden, dat accepteren we ook. Dat is namelijk normaal…

Als voorbeeld verhoogd cholesterol

Bij een verhoogd cholesterol worden altijd statines voorgeschreven. Een medicijn met ernstige bijwerkingen, maar ach, het verminderd wel het LDH dus verminderd het de kans op een hartaanval.

Maar hoe komt het nou dat je cholesterol verhoogd is? Is een verhoogd cholesterol in alle gevallen schadelijk? Zijn er nog meer onderliggende oorzaken waardoor het verhoogde cholesterol inderdaad schadelijk is? Is cholesterol de oorzaak of kan het zijn dat andere factoren de ware oorzaak zijn van een verhoogd risico op hart- en vaatziekten?

Op deze vragen krijg je van een arts geen antwoord. In de regel hebben ze helaas zelfs geen idee welke factoren meespelen bij het ontwikkelen van hart- en vaatziekten. 

Als er eigenlijk een andere oorzaak is en je pakt alleen het cholesterolstukje uit deze gezondheidspuzzel, wat voor gevolgen heeft dat dan voor je verdere gezondheid?

Cholesterol en leefstijl

Als je je leefstijl drastisch omgooit kun je binnen een paar weken goede cholesterolwaarden hebben zonder medicijngebruik. Dit geeft al aan dat leefstijl de werkelijke oorzaak is van hart- en vaatziekten. Nu kun je medicatie gaan gebruiken zoals statines, maar door niks aan de oorzaak te doen, zal je gezondheid langzaamaan verder verslechteren, al meet de dokter nu mooie cholesterolwaarden.

De gezondheidsindustrie

De gezondheidsindustrie is ‘big business’, met enorme verdienmodellen. Dat weet eigenlijk iedereen wel, en vaak accepteren we dat zonder erbij stil te staan. Er zijn weinig aandoeningen, behalve het bestrijden van infecties, die genezen worden door de geneesmiddelenindustrie. Sommige klachten zoals pijnklachten, gaan vaak vanzelf weer over. Maar voor ziekten als hart- en vaatziekten, diabetes type 2, reuma, chronische vermoeidheidssyndroom en ga zo maar door is geen medicijn die je beter maakt. Geneesmiddelen maken je dus vaak niet beter, maar helpen om de klachten te onderdrukken en zo een zo goed mogelijke kwaliteit van leven te hebben. Je zit er helaas vaak voor de rest van je leven aan vast.

Leefstijl

De welvaartsaandoeningen, waar we tegenwoordig gemiddeld vanaf onze 45e levensjaar mee te kampen hebben, worden veroorzaakt door onze leefstijl.

Je kunt ervoor kiezen om op dezelfde manier je leefstijl voort te zetten en je klachten te onderdrukken met medicatie.

Een andere manier is om de oorzaak van de ziekte te onderzoeken en je leefstijl te veranderen zodat je lichaam uit zichzelf kan herstellen. Zo kun je vaak heel snel welvaartsziekten zoals overgewicht, diabetes type 2, hoge bloeddruk en een verhoogd cholesterol voorkomen en omkeren.

Voeding voor je genen biedt

  • Inspirerende blogs over natuurlijke gezondheid
  • Oergezonde recepten 
  • Uiterst complete cursussen over specifieke welvaartsaandoeningen waarin je in 15 weken tijd je aandoening omkeert, of als dit niet mogelijk is, in ieder geval sterk verbetert

Welvaartsziekten oplossen met leefstijl Meer lezen »

exorfinen endorfinen

Exorfinen versus endorfinen

Het endorfinesysteem beheerst de gezondheid

De meeste mensen associëren endorfine met geluk, sporten (runners high), verliefdheid of het eten van chocolade. Maar het endorfinesysteem is zoveel meer. Het bestuurt ons zelf herstellend vermogen. Het stuurt de genen, neurotransmitters, hormonen en het immuunsysteem aan. Het geneest het lichaam van stress, ziekten en andere vormen van belasting.

Een klein aantal andere functies:

  • Het vermindert allergische reacties
  • Stuurt het dopaminesysteem aan (Bij ADHD zie je een tekort aan dopamine)
  • Zorgt voor de beheersing van stress
  • Zorgt voor vitaliteit en energie

Het is daarom belangrijk om een goed werkend endorfinesysteem te hebben.

Signalen dat het endorfinesysteem uit balans is

Als de werking van het endorfinesysteem af neemt, neemt de stress in het lichaam en de psyche toe. Mogelijke klachten die na verloop van tijd kunnen ontstaan zijn dan:

  • Vermoeidheid en burn-out
  • Overmatige stress
  • Allergieën en astma
  • Allerlei immuun aandoeningen
  • AD(H)D
  • En een groot scala aan andere klachten

Hoe werkt het endorfinesysteem

Onze lichaamscellen beschikken over drie verschillende types endorfinereceptoren met elk hun eigen functies; kortweg de MOR, DOR en KOR. Een receptor is een soort slotje op een cel die alleen die stoffen opneemt die beschikken over de juiste sleutel. Ons lichaam maakt zelf endorfinen aan en deze binden zich aan de endorfinereceptoren. Gezamenlijk hebben ze de taak om te zorgen voor het lichamelijk en geestelijk evenwicht; voor onze gezondheid.

Waardoor neemt de werking van het endorfinesysteem af

Nu bestaan er ook lichaamsvreemde endorfinen die plaats kunnen nemen op de endorfinereceptoren. Deze worden exorfinen genoemd. Morfine (zware pijnstiller) is zo’n voorbeeld. Langdurige behandeling met morfine zorgt voor een verminderde werking van het endorfinesysteem. 

Al binnen een paar weken na gebruik van morfine ontwikkelen zich ADD-symptomen zoals concentratieproblemen, hoge stressgevoeligheid, wisselende stemmingen en motivatieproblemen. Dit komt omdat door de verminderde werking van endorfine, de werking van dopamine (zorgt voor concentratie) en cortisol (wordt vrijgegeven bij stress) ook afneemt.

Andere lichaamsvreemde endorfinen zijn exorfinen uit voeding. Deze vind je in gluten (tarwe), melk en soja. Als je gluten, melk en/of soja niet goed verdraagt/verteert dan verdringen deze exorfinen de lichaamseigen endorfine en kan het endorfinesysteem minder goed zijn werk doen.

Het door veredelen van onze tarwe heeft ervoor gezorgd dat het percentage exorfinen ontzettend is verhoogd ten opzichte van 100 jaar geleden. Hetzelfde heeft zich met de melk voorgedaan; de vroegere rassen, zoals de Friesbonte koe of de Jersey, had een veel kleinere hoeveelheid exorfinen in de melk en van een andere soort dan de tegenwoordige rassen (Frisian Holsteiners).

Meer redenen voor afnemende werking van het endorfinesysteem

De werking van het endorfinesysteem neemt af door een overmaat aan exorfinen, suiker, smaakversterkers (glutamaten zoals E621), geneesmiddelen, teveel aan stress en trauma’s. Door de afnemende werking neemt de stress in het lichaam en in de psyche toe. Dit leidt tot een grote diversiteit aan ziektebeelden van lichaam en geest.

Daarnaast is het zo dat de ouders tijdens de conceptie hun ‘stand van zaken’ qua endorfinesysteem meegeven aan het kind. Dus één of beide ouders met een niet optimaal werkend endorfinesysteem geeft dit door aan het kind. Zo wordt het kind al geboren met een niet optimaal werkend endorfinesysteem.

Kortom: onze huidige manier van leven, de stress en de overgang van natuurlijk voedsel naar geïndustrialiseerd voedsel, heeft een grote impact op het endorfinesysteem en daardoor op onze lichamelijke- en geestelijke gesteldheid.

Van een natuurlijke naar een chemische omgeving

De genen van onze voorouders hebben tienduizenden jaren vertoefd in een natuurlijke omgeving. Met de opkomst van de chemische revolutie in de 20e eeuw is daar snel verandering in gekomen. Nu worden gewassen bespoten, voeding bewerkt en we consumeren geneesmiddelen. Ook onze voedingsgewoonten zijn veranderd. Tarweproducten en zuivel (producten die veel exorfinen bevatten), suiker en junkfood hebben onze voorkeur. Vooral omdat ze zorgen voor een forse toename van endorfine en dopamine, dus een (kortstondig) goed gevoel.

Oergezond

Een gezond endorfinesysteem bereik je door voeding te eten en een leefstijl te hanteren die past bij je genen. Zowel de orthomoleculaire geneeskunde als de epigenetica houdt zich hier mee bezig.

Veel mensen kennen orthomoleculaire geneeskunde wel, maar epigenetica is een vrij nieuwe wetenschap die zich bezig houdt met de invloed van omgevingsfactoren zoals voeding, stress en beweging op onze genen, ons DNA.

Exorfinen versus endorfinen Meer lezen »

epigenetica

Epigenetica

De invloed van omgevingsfactoren op je lichaam

Epigenetica is de wetenschap dat genen aan- en uitgeschakeld kunnen worden door omgevingsfactoren en leefstijl. Je systeem in het lichaam worden geprogrammeerd voor de manier waarop het lichaam/DNA zal reageren in de toekomst.

Epigenetica is een vrij recente wetenschap die de invloed van omgevingsfactoren op de werking van onze genen onderzoekt. 

Volgens de epigenetica komen onze genen in conflict met alles wat niet ‘past’ in hun voorgaande evolutie. Zo blijkt dat onze genen niet aangepast zijn aan exorfinen, junkfood en chemische stoffen.

Zodra we een overdaad aan exorfinen, junkfood en chemische stoffen (bijvoorbeeld medicatie) binnen krijgen wordt het lichaam minder gevoelig voor deze signaalstoffen. Als gevolg daarvan hunkeren we nog meer naar deze voeding en medicatie, omdat dit tijdelijk de ongevoeligheid van deze signaalstoffen compenseert.

Als gevolg van onze huidige leefstijl is er een enorme toename van het aantal mensen met ziekten die het gevolg zijn van resistente signaalstoffen. Voorbeelden zijn ADD/ADHD, insuline-resistentie, diabetes type 2, depressie en de talrijke (auto)immuunziekten. 

We leven langer, maar de kwaliteit van het leven en het aantal jaren zonder ziekte staan op een nooit eerder gezien dieptepunt.

Overdaad leidt uiteindelijk tot schaarste

Genen werken volgens een ‘aan- en uit schakelaar’. Staat het gen ‘aan’, dan bestuurt het de aanmaak van eiwitten. Op deze manier worden signaalstoffen (bv. endorfine, dopamine, insuline) en receptoren aangemaakt. Deze ‘aan en uit’ regulatie is cruciaal zodat het organisme zich kan aanpassen aan de voortdurend wisselende omstandigheden.

De epigenetica ontdekte dat onze cellen het teveel aan signaalstoffen reguleert door het aantal receptoren te verminderen. Zo wordt een deel van de activiteit van deze signaalstoffen geblokkeerd en kan het lichaam het evenwicht herstellen. 

Deze aanpassing gebeurt op twee manieren. In de eerste fase zal de cel de receptoren opslorpen en vernietigen. Bij langdurige belasting nemen de genen de controle over. Ze verminderen de aanmaak van receptoren. Op dat moment wordt iemand ongevoelig of resistent voor een lichaamseigen signaalstof. 

Bij mensen die bijvoorbeeld langdurig teveel verkeerde koolhydraten consumeren leidt dit eerst tot insulineresistentie en kan dit uiteindelijk tot diabetes type 2 leiden.

Erfelijk of aangeboren, een wereld van verschil

Een belangrijke doorbraak van de epigenetica is de herziening van het begrip ‘erfelijkheid’. Voorheen werd aangenomen dat erfelijke aandoeningen ontstaan door fouten in het DNA. 

Maar de meeste ziekten ontstaan door de aanpassingen die onze genen maken onder invloed van onze leefstijl. Genen zijn vaak niet defect, maar omdat het lichaam zichzelf beschermt tegen overdaad, werken ze minder goed of staan ze uitgeschakeld.

Zo werkt het endorfinesysteem, de dopamine en de insuline minder goed als we smaakversterkers (E621 t/m E627), gluten en caseïne consumeren. De klachten die mensen hiervan ondervinden zijn sterk verschillend en afhankelijk van de genetische ‘zwakte’ van een persoon.

Het genetisch adaptatie-mechanisme is helaas wel erfelijk. Zo erven kinderen de aanpassingen van het epigenetisch systeem van de ouders. Zijn de ouders bijvoorbeeld insulineresistent, dan werkt het insulinesysteem van het kind bij de geboorte ook niet optimaal. 

Hierdoor zie je dat de huidige generaties met veel meer geestelijke- en lichamelijke klachten te maken hebben dan zo’n vijftig jaar geleden. Door de huidige leefstijl worden de nieuwe generaties steeds zwakker geboren.

Het goede nieuws is dat je lichaam ook kan herstellen van deze epigenetische aanpassingen. Dat gaat helaas niet vanzelf. Maar door je leefstijl aan te passen kan je van de meeste welvaartsaandoeningen herstellen, mits er geen blijvende schade is opgetreden.

En dat is precies waar ‘Voeding voor je genen’ voor staat:

In 15 weken van klacht naar oergezond!

Epigenetica Meer lezen »

Waarom tegenwoordig veel mensen melk slecht verdragen

Melk geeft veel gezondheidsklachten

Tegenwoordig kunnen veel mensen melk niet goed verdragen. Sommigen weten het, omdat ze er bijvoorbeeld buikpijn of diarree van krijgen. Anderen verdragen het niet, maar hebben hier geen weet van. Vaak omdat ze hun klachten niet in verband brengen met melk. Denk bijvoorbeeld aan eczeem, astma, als kind vaak last van middenoorontsteking en dergelijke.

Toch lijkt het zo dat mensen vroeger (tot de jaren 60 en 70) melk over het algemeen goed verdroegen. Wat is er dan veranderd?

Melk vroeger en nu

Tot de jaren 60 en 70 hadden we andere koeienrassen dan nu. We hadden bijvoorbeeld de Fries bonte koe, de Groningse blaarkop, de Lakenvelder en dergelijke. Deze rassen gaven aanzienlijk minder melk dan de huidige koe. 

In Amerika hadden ze  destijds al de Holsteiner. Een ras dat groter is dan onze vroegere rassen, er ongeveer gelijk uitziet als de Fries bonte koe (de Holsteiners zijn ook zwart bont) en als belangrijkste verschil voor de landbouw, meer melk geeft.

Caseïne - melkeiwit

Het grootste verschil is de melk is het verschil in melkeiwitten van de oude koeienrassen en de huidige Holsteiner koe. Melkeiwitten worden ook wel caseïne genoemd.

Soorten caseïne

Er zijn verschillende soorten melkeiwitten, caseïne, in de melk. De vroegere koeienrassen produceerden voornamelijk A2-melk. Terwijl de huidige melk veelal A1-melk is.

melk

Zoals je ziet bevat melk van de oude koeienrassen eigenlijk alleen casamorfine 8. Deze type melk wordt al zo’n 5000 jaar gebruikt door mensen en over het algemeen redelijk goed verdragen. 

Er is op dit moment nog weinig onderzoek gedaan naar casomorfine 8, maar het vermoeden bestaat dat als je dit type eiwit niet goed verdraagt het kan zorgen voor postnatale depressie en postnatale psychose. Daarnaast remt casomorfine 8 het ACE-enzym. Dit kan tot gevolg hebben dat je last krijgt van kriebelhoest, lage bloeddruk en duizeligheid.

De huidige melk bevat voornamelijk A1 type eiwitten. Het bevat vier soorten casomorfine die we tot de jaren 60 niet kenden. Deze casomorfines zijn de reden waarom tegenwoordig veel mensen slecht verdragen.

Vooral casomorfine 7 is berucht. Er is een sterke relatie met allergieën en astma. Casomorfine 7 zorgt ervoor dat serotonine minder goed werkt (meer depressieve gevoelens) en het wordt in verband gebracht met meer dan 100 aandoeningen.

Fermentatie

Door fermentatie van de melk wordt casomorfine afgebroken. Producten als yoghurt en karnemelk die op basis van melkzuurbacterieën worden geproduceerd worden daarom vaak wel verdragen. Wil je graag zuivelproducten eten, dan zijn deze een betere optie.

Link van casomorfine naar exorfinen

In het woord casomorfine vind je ook het woord morfine en dat is geen toeval. Ik zal proberen uit te leggen hoe dat zit.

We hebben een endorfine systeem in ons lichaam dat een heleboel andere lichaamssystemen aanstuurt. Endorfine stuurt bijvoorbeeld allerlei neurotransmitters zoals glutamaat, GABA en dopamine aan.

Er zijn drie soorten endorfines. De MOR, de DOR en de KOR. De MOR zorgt bijvoorbeeld voor de pijnstilling, maar stuurt ook het geheugen aan. En zo kennen we morfine (MOR + endorfine = morfine) als pijnstillers. Maar als je deze een aantal weken gebruikt merken mensen vaak ook dat het geheugen slechter wordt.

Endorfines zijn lichaamseigen stoffen. Alle stoffen die zich wel aan de endorfinereceptoren kunnen binden, maar niet lichaamseigen zijn, worden exorfines genoemd. Morfine is dus een soort exorfine.

Welke voedingsmiddelen bevatten exorfinen

Nu gaan we de sprong nemen naar voedsel. Er bestaan een aantal voedingsmiddelen die, als deze niet volledig verdragen/afgebroken worden, exorfines vrijgeven in het lichaam. Casomorfine is zo’n stof. Dus als je de melkeiwitten niet goed verdraagt/verteert komen er exorfines van melk vrij in je lichaam. Naast melk zorgen voornamelijk de gluten en de soja ook voor het vrijkomen van exorfines. Dat is gelijk de reden waarom tarwe, melk en soja vaak zo slecht wordt verdagen. (gefermenteerde melk, tarwe en soja wordt meestal veel beter verdragen. Denk aan yoghurt en zuurdesembrood die, mits goed bereid, glutenvrij is.)

Deze exorfines nemen de plaats in van je lichaamseigen endorfine en bezetten (naast endorfine) de endorfinereceptoren. Dit zorgt ervoor dat het endorfinesysteem niet goed genoeg meer kan functioneren en veroorzaakt een reeks van psychische- en lichamelijk klachten.

Wil je meer lezen over het endorfinesysteem, dan vind je de blog hiervan onderaan de pagina.

Waarom deze foto

Ik heb een agrarische achtergrond en ik hoor vaak dat mensen melkkoeien zielig vinden. Ik denk daar wat genuanceerder over. Boeren geven in de regel veel om hun vee. Ze staan dag en nacht voor hun dieren klaar. Het boerenleven moet je in het bloed zitten, anders is het niet vol te houden.

Uiteraard levert de melk die hun koeien produceren de inkomsten van het bedrijf, dus een goede opbrengst is essentieel voor het boerenbedrijf. Zeker omdat het boerenleven tegenwoordig geen vetpot is.

Ik zie graag de koeien in de wei staan. Helaas wordt het door de huidige regelgeving steeds moeilijker voor boeren om rendabel te blijven draaien. Daardoor zie je steeds meer koeien op stal blijven staan, al komt daar tegenwoordig vaak veel licht en frisse buitenlucht binnen, om een zo constant mogelijk product (melk) te kunnen leveren.

Als de koeien in het voorjaar weer het weiland in kunnen zie je vaak taferelen zoals op deze foto. Daarom deze foto van een stel melkkoeien die plezier hebben.

Waarom tegenwoordig veel mensen melk slecht verdragen Meer lezen »

peulvruchten gezond of niet

Peulvruchten – gezond of niet

Peulvruchten worden soms als ongezond aangemerkt

Peulvruchten worden regelmatig ongezond genoemd, zeker door mensen die zich in het oerdieet verdiept hebben. Maar is dat terecht?

Tot kort geleden ging men ervan uit dat de oermens geen peulvruchten at en daarom werd het gebruik hiervan vooral bij mensen die zich in het paleo dieet verdiept hadden afgeraden. Momenteel vermoed men dat de oermens toch wel peulvruchten at. 

De oermens at waarschijnlijk toch peulvruchten, dus dat alleen is al een goed argument om regelmatig peulvruchten op het menu te zetten. Maar los daarvan, als de oermens geen peulvruchten tot zijn beschikking had, wil dat natuurlijk niet zeggen dat peulvruchten per definitie ongezond zijn.

De voordelen van peulvruchten

Peulvruchten zijn super gezond. Ze hebben nogal wat gunstige eigenschappen:

  • Peulvruchten bevatten LDL-cholesterol verlagende eigenschappen die gunstig zijn voor de bloedvaten.
  • Ze zijn rijk aan gunstige koolhydraten, eiwitten, vitaminen B, ijzer, calcium en fosfor.
  • Ze bevatten veel vezels.
  • Het kan een goede vleesvervanger zijn dat minder belastend is voor het milieu dan vlees.
  • 100 gram peulvruchten bevatten relatief veel eiwitten, gemiddeld 8 gram per 100 gram product.

De nadelen van peulvruchten

Peulvruchten bevatten antinutriënten waarvan saponinen de meest beruchte zijn. 

Saponinen werken als een soort zeep. Je herkent het ook doordat er vaak een schuimlaag ontstaat tijdens het bereiden van peulvruchten. Of als je een pot/blik peulvruchten afspoelt onder de kraan zie je de schuimlaag ook ontstaan.

Saponinen zorgen ervoor dat de darmwand meer doorlaatbaar wordt. Hierdoor kunnen er stoffen door de darmwand heen die daar niet terecht hadden moeten komen. 

Door peulvruchten goed te bereiden zijn deze erg gezond.

Kun je de nadelen opheffen?

Door peulvruchten op de onderstaande manier te bereiden, ontdoe je deze van de meeste antinutriënten waardoor peulvruchten toch een superfood zijn:

  • Week gedroogde bonen minstens 1 nacht in water voordat je ze gaat koken. Spoel de bonen na het weken goed af voordat je ze gaat koken.
  • Kook peulvruchten minstens 10 minuten voor. Hierdoor lossen de meeste antinutriënten op in het water. Gooi het kookvocht weg en spoel de bonen nog even in een vergiet na met schoon water. Zet de peulvruchten nu opnieuw in schoon water op en kook ze totdat ze gaar zijn.
  • Gebruik het kookvocht niet voor de bereiding van een saus op soep. 
  • Peulvruchten uit blik of pot zijn al gekookt. Spoel deze nog wel schoon onder de kraan en gebruik het vocht uit de pot of het blik niet.

Soorten peulvruchten

Er is een enorme variatie aan peulvruchten te krijgen. De volgende bonen zijn gezonde soorten: adukibonen, bruine bonen, doperwten, groene erwten, kapucijners, kidneybonen, kievitsbonen, kikkererwten, linzen, tuinbonen, witte bonen en zwarte bonen.

Ook de pinda is een peulvrucht en staan niet altijd als gezond te boek. Zo bevatten ze van nature, net als de ander peulvruchten veel antinutriënten. Maar doordat ze altijd worden gebakken voordat je ze eet, zijn de antinutriënten amper meer aanwezig. Je kunt ze dan ook eten, mits je er allergisch voor bent. Eet de pinda wel met mate; niet teveel en ook niet dagelijks. Ze bevatten namelijk wel veel omega 6 vetzuren en daar krijgen we al gauw teveel van binnen. (Omega 6 vetzuren, linken aan blog over het belang van een goede balans tussen omega 3 en 6)

De sojaboon is de enige peulvrucht die afgeraden wordt om te eten. Behalve de gefermenteerde soorten, die wel voor menselijke consumptie geschikt zijn.

Conclusie:

Als je peulvruchten goed bereid is het een erg gezonde voedingsbron. Verwerk ze daarom regelmatig in je maaltijd. Pinda’s zijn minder ongezond als vaak verteld wordt, eet ze alleen wel met mate en niet dagelijks. Soja (met uitzondering van de gefermenteerde soorten) kun je het beste zoveel mogelijk mijden.

Peulvruchten – gezond of niet Meer lezen »

omega 3

Het belang van een goede balans tussen omega 3 en 6 vetzuren

Omega 3 en 6 zijn essentiële vetzuren

Omega 3 en omega 6 vetzuren kunnen niet door ons lichaam zelf aangemaakt worden. Deze vetten worden daarom de essentiële vetzuren genoemd. We moeten ze via onze voeding binnen krijgen.

Omega 3 en 6 zijn essentieel voor een goed werkend immuunsysteem. Beiden hebben een eigen functie hierin.

De functie van omega 6

Omega 6 vetzuren zorgen voor ontsteking. Dat klinkt eng, maar het is nodig. Want zodra er een verkeerde bacterie of virus je lichaam binnen dringt of omdat je bijvoorbeeld een wond hebt, dan moet het immuunsysteem aan de slag om dit te herstellen. Hiervoor hebben we een ontstekingsreactie nodig.

De functie van omega 3

Omega 3 werkt ontstekingsremmend. Zodra het gevaar geweken is en omega 6 heeft zijn werk gedaan, dan moet het immuunsysteem deze reactie weer stoppen. Hiervoor zijn de omega 3 vetzuren nodig en dan speciaal de vetzuren uit dierlijke bronnen zoals vette vis of algen.

Het belang van een goede balans tussen omega 3 en 6

Beide vetzuren hebben we nodig, maar ze horen in een natuurlijk evenwicht voor te komen om ons immuunsysteem gezond te houden. Is er een tekort aan omega 3, dan blijft het immuunsysteem te actief omdat de ontstekingsprocessen niet volledig worden gestopt.

De balans tussen omega 3 en 6 vroeger

Als we eens kijken naar hoe we voor de landbouwrevolutie leefden, dus toen we leefden als jager (visser)/verzamelaar, dan weten we dat we voornamelijk aan de waterkant hebben geleefd. We leefden aan de rand van zeeën, rivieren en meren. De mannen denken soms met weemoed terug hoe we met knuppels en speren het ene dier na het andere dier vingen. Maar zo makkelijk was het niet. Er werd destijds zeker niet dagelijks gejaagd en de kans op succes blijkt zo’n dertig procent te zijn geweest. Dus er stond af en toe vlees op het menu. Vissen of het vinden van schaal- en schelpdieren was veel makkelijker. En dit is dan ook een grote voedselbron destijds geweest die veel van het gezonde omega 3 vetzuur bevatte.

Vanuit een natuurlijke leefwijze kregen we ongeveer net zoveel omega 3 vetzuren binnen als omega 6. En tegenwoordig weten we waarom dat zo belangrijk is om ons immuunsysteem gezond te houden.

De balans tussen omega 3 en 6 nu

Tegenwoordig krijgen we omega 6 volop binnen. Door de richtlijnen die vertellen dat meervoudig onverzadigde vetzuren heel gezond zijn, zijn we massaal overgestapt naar zonnebloemolie, margarine, halvarine of de goedkope palmolie. Je vind dit dan ook in de gefrituurde producten (terwijl het niet goed tegen verhitting kan) en in allerlei kant en klare producten. Omega 6 hebben we nodig, maar vanuit het Westers dieet krijgen we hier in verhouding tot andere vetzuren teveel van binnen. 

Om meer omega 3 binnen te krijgen wordt geadviseerd om twee keer per week vette vis te eten. Een goed advies, maar in de praktijk lijkt dit de meeste mensen niet te lukken.

Hierdoor raakt de balans tussen omega 3 en omega 6 ontzettend verstoord. De gemiddelde Nederlander heeft dan ook zo’n 15 – 25 keer meer omega 6 dan omega 3 in het bloed. Terwijl deze ratio maximaal 5 keer meer omega 6 dan omega 3 mag zijn om ervoor te zorgen dat het immuunsysteem goed kan functioneren.

Advies

Verminder de hoeveelheid omega 6: ik raad je aan om zelf geen omega 6 producten zoals zonnebloemolie, halvarine of margarine meer te gebruiken. Je krijgt hier nog voldoende van binnen via zuivel, vlees, eieren, noten en zaden. Vervang de zonnebloemolie, halvarine en margarine door roomboter, ghee, kokosvet, olijfolie of ossenwit. Dit zijn gezonde vetten, ook al wordt roomboter, kokosvet en ossenwit vanuit de reguliere voedingsleer vaak als ongezond betiteld. 

Verhoog de inname van omega 3: omega 3 vetzuren kun je weer onderverdelen in ALA, EPA en DHA. 

De ALA vind je in plantaardige bronnen zoals lijnzaad, walnoten en chiazaad. ALA heeft dan wel minder invloed op het immuunsysteem, maar hoe meer ALA je binnen krijgt, des te beter wordt de verhouding tussen omega 3 en 6. En dat is weer heel positief.

De DHA en EPA vind je in dierlijke bronnen en dan met name vette vis en algen. En in mindere mate in vlees, zuivel en eieren. Hoe meer een dier heeft gerend of gevlogen, des te meer omega 3 bevat het vlees. Dieren die veel stilstaan, zijn bijgevoerd met granen of soja bevatten veel minder omega 3.

Wil je meer weten over vetten, lees dan ook de blog ‘Oergezond met vet’. Hierin wordt ook uitgelegd waarom vetten als roomboter en kokosvet niet ongezond zijn.

Het belang van een goede balans tussen omega 3 en 6 vetzuren Meer lezen »

oergezond met vet

Oergezond met vet

Kwaadsprekerij over vet

Van geen enkel voedingsmiddel wordt zo veel kwaad gesproken als over vetten. Vetten zouden ons dik maken, verzadigde vetten zorgen voor hart- en vaatziekten, eet alleen plantaardige vetten want die zijn gezond, voeding met 0% vet krijgen het stempel ‘verantwoorde keuze’. En zo zal er vast nog veel meer over vet gesproken worden.

De werkelijkheid over vetten ligt veel genuanceerder dan alles wat je de laatste vijftig jaar hierover hebt gehoord. Probeer daarom alles wat je als waarheid beschouwt over vetten even aan de kant te zetten.

Onlangs zijn er een aantal grote onderzoeken geweest die hebben gekeken naar het risico van verzadigd vet op hart- en vaatziekten. En zo bleek uit deze grote onderzoeken dat er geen verband is tussen een hoge inname van verzadigde vetten en het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten. Dus, of je voeding nou relatief veel of weinig verzadigd vet bevat, het heeft geen invloed op je hart- en bloedvaten.

Vervang je een deel verzadigd vet door gezonde meervoudig onverzadigde vetzuren (welke dat zijn lees je verderop in deze blog), dan neemt het risico op hart- en vaatziekten iets af.

Vervang je een deel verzadigd vet door koolhydraten, dan neemt het risico op hart- en vaatziekten juist toe. En dit is wat er in de afgelopen vijftig jaar volop gebeurt doordat de gezondheidsraad dit adviseert. Teveel vet en verzadigd vet is volgens hun slecht en moeten vervangen worden door koolhydraten. Onze gezondheid is de laatste vijftig jaar ook snel achteruit gegaan. En dit is dus één van de redenen.

Het advies uit deze grote onderzoeken is dat we meer omega 3 vetzuren moeten gebruiken en meer groenten en fruit eten. En de inname van transvetten te verminderen.

Indeling van vetten

Vetten kunnen we indelen naar herkomst. Dan hebben we het over plantaardige vetten en dierlijke vetten.

Maar we kunnen ze ook indelen op basis van de scheikundige structuur. En dan spreken we over verzadigde vetten, enkelvoudig onverzadigde vetten, meervoudig onverzadigde vetten en transvetten.

Verzadigde vetten

Verzadigde vetten gebruik je als je iets op hoge temperatuur wilt verhitten. Denk aan wokken, aanbraden van vlees of aan frituren. Verzadigde vetten zijn namelijk de enige vetten die tegen verhitting kunnen. De onverzadigde vetzuren kunnen hier minder goed tegen en gaan oxideren of veranderen door verhitting in transvetzuren.

Ik raad je aan om altijd een verzadigd vetzuur te nemen als het vet erg heet moet worden. Roomboter kun je hiervoor gebruiken, maar nog beter is ghee (dit is roomboter waar de eiwitten uit gefilterd zijn), kokosolie of ossewit. Ossewit werd vroeger veel gebruikt om in te frituren. Later werd (onterecht!) gezegd dat dierlijke vetten slecht zijn en toen zijn we massaal overgestapt op zonnebloemolie. Zonnebloemolie is echter een meervoudig onverzadigd vetzuur en kan daardoor (met uitzondering van de High Oleic zonnebloemolie) minder goed tegen verhitting, waardoor de zonnebloemolie al gauw oxideert en ongezond wordt.

Enkelvoudig onverzadigde vetten

Vetten die bestaan uit enkelvoudig onverzadigde vetzuren zijn olijfolie, avocado’s, hazelnoten en amandelen. Ze zijn gezond. Deze vetten kunnen nog redelijk goed tegen een hoge temperatuur, mits de temperatuur lager blijft dan 170 graden. Je kunt deze oliën prima koud gebruiken. Maar als je hiermee gaat bakken moet je er goed opletten dat je het vuur niet te hoog zet en de groente en/of vlees daarna op een lagere temperatuur laat garen. Bijvoorbeeld door toevoeging van een beetje water of bouillon.

Als je graag met olijfolie kookt, kun je er ook voor kiezen om het vlees eerst even in een klein beetje ossenvet of kokosvet aan te braden. Op het moment dat je de temperatuur kunt minderen kun je nog een scheut olijfolie toevoegen.

Meervoudig onverzadigde vetten

Deze vetten worden ook de essentiële vetzuren genoemd. Dit zijn de omega 3 en omega 6 vetzuren. Beide soorten kunnen we niet zelf aanmaken dus moeten we ze via de voeding binnen krijgen.

Meervoudig onverzadigde vetten kunnen niet goed tegen verhitting. Zodra deze vetten te heet zijn geweest ontstaan er stoffen in de olie die je gezondheid kunnen schaden. Ook zijn ze erg gevoelig voor oxidatie door zuurstof en licht. Ze bederven dus door aan zuurstof of aan licht blootgesteld te worden.

Omega 3 vetzuren kun je weer onderverdelen in ALA, EPA en DHA. De ALA vind je in plantaardige bronnen zoals lijnzaad, walnoten en chiazaad. De DHA en EPA vind je in dierlijke bronnen en dan met name vette vis en algen. En in mindere mate in vlees, zuivel en eieren, mits deze producten afkomstig zijn van dieren die losgelopen hebben en die hebben gegraasd. Zijn ze bijgevoerd met granen of soja dan zullen ze veel minder omega 3 bevatten.

Omega 6 vetzuren vind je in zonnebloem-, mais- en sojaolie en ook in halvarine en margarine. Het zit ook in vlees, zuivel en eieren. 

De balans tussen omega 3 en omega 6 vetzuren

Beide vetzuren hebben we nodig, maar ze horen in een natuurlijk evenwicht voor te komen. 

Vanuit de vroegere natuurlijke leefwijze kregen we ongeveer net zoveel omega 3 vetzuren binnen als omega 6. Dat hebben we ook nodig voor een goed werkend immuunsysteem.

Tegenwoordig krijgen de meeste mensen veel te veel omega 6 binnen en veel te weinig omega 3 binnen. Hierdoor komt het immuunsysteem onder druk te staan. 

Verstandig is het dan ook om zelf geen omega 6 producten zoals zonnebloemolie, halvarine of margarine meer toe te voegen aan je maaltijden. Je krijgt hier nog voldoende van binnen via zuivel, vlees, eieren, noten en zaden. Vervang de zonnebloemolie, halvarine en margarine door roomboter, ghee, kokosvet, olijfolie of ossewit. 

En zet vette vis veel vaker op het menu, of neem dagelijks een goed supplement omega 3 vetzuren (EPA en DHA).

Wil je hier meer over lezen dan lees dan het artikel ‘Het belang van een goede balans tussen omega 3 en omega 6 vetzuren’. Deze vind je tussen de andere artikelen.

Transvetten

Er bestaan twee soorten transvetten. De ene vorm komt in minimale hoeveelheden voor in dierlijke vetten. Dit zijn natuurlijke transvetten en niet slecht voor de gezondheid.

Tegenwoordig bevat fabrieksmatige voeding veel onnatuurlijke transvetten. Dit zijn oliën (die in principe gezond waren) die door middel van een chemisch proces verhard worden naar gehard vet of geharde olie. Bij dit proces ontstaan transvetten. 

Geharde vetten zijn een goedkope grondstof en worden daarom vaak gebruikt in de voedingsmiddelenindustrie. Het wordt vaak toegevoegd aan koekjes, gebak, cake, chips, bladerdeeg, snoep, margarine en halvarine, frituurvet, snacks zoals kroketten, patat, koffiecreamer, maaltijdmixen en -sausen, pindakaas en allerlei kant en klaar maaltijden.

Transvetten herken je aan de volgende termen: margarine, halvarine, gedeeltelijk geharde olie of vet, geharde olie of vet, gedeeltelijk gehydrogeneerde olie of vet.

Margarine en halvarine bevatten dus niet alleen heel veel omega 6 vetten, maar ook veel transvetten. Reden genoeg dus om te laten staan.

Transvetten worden in verband gebracht met een verhoogde kans op welvaartsziekten zoals kanker en hart- en vaatziekten. Ook verhoogt het de insulinewaarden en heeft daardoor specifiek voor mensen met insulineresistentie, het metabool syndroom of diabetes type 2 een slechte invloed. Het verhoogt de hoeveelheid slechte cholesterol (LDL) en verlaagt de hoeveelheid gezond cholesterol (HDL). 

Daarnaast kan het lichaam transvetten moeilijk verwerken. Transvetten hebben een negatieve invloed op het immuunsysteem. Probeer ze dus zoveel mogelijk te vermijden.

Vetten zijn gezond

Natuurlijke vetten beïnvloeden de insulinespiegel en ook de bloedsuikerspiegel niet. Ze horen thuis in een gezond dieet. Als je tot nu toe bang was voor vet en dit heel minimaal gebruikt, ga dan vanaf vandaag meer gezonde vetten aan je voeding toevoegen. 

Neem regelmatig of dagelijks een handje vol noten. Voeg ze bijvoorbeeld toe aan je ontbijt of aan een andere maaltijd. Eet regelmatig avocado, lijnzaad of chiazaad. Voeg olijfolie toe aan je salade. Eet zo vaak mogelijk een stuk vette vis. En gebruik gerust een goede hoeveelheid roomboter.

Oergezond met vet Meer lezen »

Het metabool syndroom

Het metabool syndroom – overgewicht, te hoge bloedsuikerspiegel, cholesterol en/of hoge bloeddruk

Bij veel Nederlanders ontstaan, zeker als ze wat ouder worden, klachten die als ze niet behandeld worden het risico op hart- en vaatziekten doen toenemen.

Bloeddrukmedicatie, cholesterolmedicatie (statinen), overgewicht en weinig energie; veel mensen denken dat dit erbij hoort als ze ouder worden. En als je ziet hoeveel mensen hier last van hebben, dan zou je bijna denken dat het ook normaal is.

Het probleem bij het metabool syndroom

Bij het metabool syndroom is er een probleem in de stofwisseling, ook wel het metabolisme of metabool systeem genoemd. Het lichaam kan niet goed meer reageren op de voeding die het aangeboden krijgt en er ontstaat een aandoening waarbij meerdere lichaamsprocessen verstoord worden.

Als er lange tijd een te grote disbalans is van wat het lichaam aangeboden krijgt (denk aan teveel snelle koolhydraten, junkfood, een overdaad aan frisdrank, etc.) en wat het lichaam nodig heeft, ontstaat er een te grote disbalans en kan het metabool syndroom ontstaan.

Wanneer heb je het metabool syndroom?

Het metabool syndroom wordt vastgesteld aan de hand van de volgende criteria:

  • De bloedsuikerspiegel is te hoog (nuchter gelijk aan of meer dan 5,6 mmol/l en niet nuchter gelijk aan of meer dan 7,8 mmol/l )of er wordt al gebruik gemaakt van diabetes medicatie.

daarnaast zijn er twee of meer van de volgende symptomen aanwezig:

  • Overgewicht. Te meten door de omtrek van je middel. Voor mannen is dat gelijk aan of meer dan 102 cm en voor vrouwen gelijk aan of meer dan 88 cm in omtrek.
  • Verhoogde triglyceridenwaardes (1,7 mmol/l of hoger).
  • Afwijkingen in de cholesterolwaardes. Het gaat om een laag HDL. Voor mannen lager dan 1,03 mmol/l en voor vrouwen lager dan 1,30 mmol/l. Dit criterium telt ook als je medicatie voor cholesterol neemt.
  • Een verhoogde bloeddruk. Een bovendruk die 130 mmHG of hoger is en een onderdruk die 85 mmHg of hoger is. Of het gebruik maken van bloeddrukverlagende medicatie.

Mensen met het metabool syndroom hebben een duidelijk energieprobleem: ze zijn altijd moe, hebben vaak een duf gevoel in het hoofd en zijn ook overdag vaak slaperig. Vooral na het eten is de slaap en/of dufheid vaak het ergst.

Daarnaast hebben ze vaak problemen met het zenuwstelsel. Je kunt denken aan een slechte concentratie en geheugenproblemen maar ook aan slecht kunnen presteren onder druk.

Het metabool syndroom ontwikkel je door verkeerde voeding, een zittende leefstijl (te weinig beweging), overgewicht (met name vet rond de buikstreek), stress en roken.

Complicaties bij het metabool syndroom

Als je het metabool syndroom hebt en dit niet omkeert leidt kan dit weer tot andere aandoeningen leiden zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten, osteoporose, bepaalde typen kanker, jicht, depressie, vruchtbaarheidsproblemen, PCOS, chronische vermoeidheid, ziekte van Alzheimer, een snelle veroudering en andere klachten.

Metabool syndroom en de geneeskunde

In de reguliere geneeskunde krijgen de mensen met het metabool syndroom het advies om af te vallen en gezond te eten. Daarnaast krijg je medicatie voorgeschreven voor de aandoeningen waarmee je te maken hebt zoals bloeddrukmedicatie en statines bij een verhoogd cholesterol. En is je bloedsuikerspiegel boven bepaalde waardes dan kan het zijn dat je ook bloedsuikerverlagende medicatie krijgt voorgeschreven.

Vanuit de orthomoleculaire geneeskunde kijken we anders naar de behandeling van het metabool syndroom. Overgewicht, een te hoge bloedsuikerspiegel, te hoge cholesterolwaarden en bloedvetwaarden en een te hoge bloeddruk zijn allemaal het gevolg van een leefstijl die niet in balans is met wat ons lichaam werkelijk nodig heeft.

Door je leefstijl ten goede te veranderen pak je de oorzaak van het probleem aan. Automatisch zal je bloedsuikerspiegel, gewicht, cholesterolwaarden en bloeddruk verbeteren. Metabool syndroom is dan ook omkeerbaar.

Hulp nodig bij het omkeren van het metabool syndroom?

Wil jij het metabool syndroom omkeren dan kan ik je hierbij helpen. Vanuit de orthomoleculaire geneeskunde ben ik gespecialiseerd in het begeleiden van mensen bij het omkeren van het metabool syndroom.

Orthomoleculaire geneeskunde & het omkeren van het metabool syndroom

De mens is  genetisch nog nagenoeg gelijk aan de eerste homo sapiens van 40.000 jaar geleden.

Door te bestuderen hoe zij leefden en wat zij aten en dit te vertalen naar leefstijladvies in een modern jasje kun je welvaartsaandoeningen zoals het metabool syndroom omkeren en/of voorkomen.

Orthomoleculaire- en evolutionaire geneeskunde is gebaseerd op degelijk wetenschappelijk onderzoek. En een orthomoleculair therapeut leert wat ervoor nodig is om verschillende aandoeningen weer om te keren of te verbeteren als genezing niet volledig mogelijk is.

Het metabool syndroom is een vervelende aandoening die vaak van kwaad tot erger wordt. Een hele reeks aan lichaamsprocessen verlopen steeds minder goed, waardoor je gezondheid steeds verder stapje voor stapje achteruit gaat.

Wil jij het metabool syndroom omkeren dan kan ik je hierbij helpen. Vanuit de orthomoleculaire geneeskunde ben ik gespecialiseerd in het begeleiden van mensen bij het omkeren van het metabool syndroom.

Meer weten over de cursus of direct starten?

Op de cursuspagina van het metabool syndroom omkeren vind je meer informatie over deze cursus.

Ook kun je op deze pagina ‘7 tips & weetjes om het metabool syndroom om te keren’ aanvragen.

Het metabool syndroom Meer lezen »

× Heb je een vraag?