Verdieping epigenetica/endorfinesysteem

Van een natuurlijke naar een chemische omgeving

De genen van onze voorouders hebben miljoenen jaren vertoefd in een natuurlijke omgeving. Met de opkomst van de chemische revolutie in de 20e eeuw is daar snel verandering in gekomen. Nu worden gewassen bespoten, voeding bewerkt en we consumeren geneesmiddelen. Ook onze voedingsgewoonten veranderden. Tarweproducten en zuivel (producten die veel exorfinen bevatten), suiker en junkfood kregen onze voorkeur. Vooral omdat ze zorgen voor een forse toename van endorfine en dopamine, dus een (kortstondig) goed gevoel.

Dopamine en voeding

Dopamine is een neurotransmitter die verantwoordelijk is voor aandacht, leerprocessen, motivatie, seksuele opwinding, emotionele regulatie, beloning, energie en fijne motoriek. Zowat de helft van de dopamine komt vrij na stimulatie van de endorfine receptoren. Exorfinen, suiker, smaakversterkers en junkfood maken gebruik van deze receptoren, waardoor dopamine toeneemt.

Maar er hangt ook een prijskaartje aan vast. Des te meer de endorfine en insuline receptoren worden gestimuleerd, des te sneller de genen het aantal receptoren verminderen. Eén van de eerste psychische kenmerken zijn problemen met aandacht en motivatie. In de tweede fase neemt de stressgevoeligheid en de mentale moeheid toe. Gevolgd door depressie, hechtingsproblemen, seksuele stoornissen, angst- en dwangstoornissen. Onderzoek wijst uit dat deze fasen min of meer overeenkomen met het aantal receptoren die overblijven. Eenmaal men dit principe beter begrijpt, komt men al snel tot de essentie van hoe een oorzakelijk behandelprotocol er moet uitzien. En waarom korte termijn oplossingen (medicatie) het proces van receptorvermindering versnellen.

Epigenetica

De epigenetica is een vrij recente wetenschap die de invloed van omgevingsfactoren op de werking van onze genen onderzoekt. Volgens de epigenetica komen onze genen in conflict met alles wat niet ‘past’ in hun voorgaande evolutie. Zo blijkt dat onze genen niet aangepast zijn aan exorfinen, junkfood en chemische stoffen.

Zodra we ons volproppen met voeding die ervoor zorgt dat endorfine, dopamine en insuline abnormaal hoog pieken, starten de cellen een adaptatie-proces; het lichaam verminderd de gevoeligheid voor deze signaalstoffen (resistentie). Hierdoor hunkeren we nog meer naar voeding, geneesmiddelen en drugs die de ongevoeligheid voor deze signaalstoffen tijdelijk moeten compenseren.

Wat volgt is een drastische toename van het aantal mensen met ziekten die het gevolg zijn van resistente signaalstoffen. Voorbeelden zijn ADD/ADHD, insuline-resistentie, diabetes type 2, depressie en de talrijke (auto)immuunziekten. Het verklaart tevens dat mensen met ADD/ADHD aan gemiddeld twee tot drie andere psychische aandoeningen te prooi vallen. Elk van deze aandoeningen blijkt overeen te komen met een of andere ‘verworven resistentie’. Het ‘European College of Neuropsychopharmacology’ rapporteerde in juni 2011 dat 38% van de Europese bevolking leidt aan een of andere psychische stoornis. We leven langer, maar de kwaliteit van het leven en het aantal jaren zonder ziekte staan op een nooit eerder gezien dieptepunt.

Overdaad leidt uiteindelijk tot schaarste

Genen werken volgens een ‘aan- en uitschakelaar’. Staat het gen ‘aan’, dan bestuurt het de aanmaak van eiwitten. Op deze manier worden signaalstoffen (bv. endorfine, dopamine, insuline) en receptoren aangemaakt. Deze ‘aan en uit’ regulatie is cruciaal zodat het organisme zich kan aanpassen aan de voortdurend wisselende omstandigheden.

De epigenetica ontdekte dat onze cellen het teveel aan signaalstoffen reguleert door het aantal receptoren te verminderen. Op deze manier wordt de activiteit van deze signaalstoffen geblokkeerd en kan het lichaam het evenwicht herstellen. Deze aanpassing gebeurt op twee manieren. In de eerste fase zal de cel de receptoren opslorpen en vernietigen. Bij langdurige belasting nemen de genen de controle over. Ze verminderen de aanmaak van receptoren. Op dat moment wordt iemand ongevoelig of resistent voor een lichaamseigen signaalstof. Bij mensen met ADD/ADHD leidt dit tot dwangmatig ‘dopamine-scorend-gedrag’: verslavingen, eetstoornissen, borderline en andere dwangmatige handelingen (bijv. porno- en koopverslaving).

Erfelijk of aangeboren, een wereld van verschil

Een belangrijke doorbraak van de epigenetica is de herziening van het begrip ‘erfelijkheid’. Voorheen werd aangenomen dat erfelijke aandoeningen ontstaan door defecten in het DNA-materiaal van onze genen. Nu blijkt uit twee publicaties uit 2011 dat er helemaal niet zoiets bestaat als een afwijkend en fysiek aantoonbaar ADD/ADHD- of autisme gen. Wel ontdekte de epigenetica dat het endorfine-gen (OPRM1) – de belangrijkste factor in de regulatie van endorfine, dopamine en insuline – minder goed functioneert als we smaakversterkers, gluten en caseïne consumeren (*). Deze voedingsstoffen zorgen voor een drastische toename van endorfine, dopamine en insuline. Wat volgt is een genetische vermindering van het aantal receptoren. De symptomen zijn sterk verschillend volgens de genetische ‘zwakte’ van een persoon.

Het genetisch adaptatie-mechanisme is erfelijk. De consequentie is dat alle factoren die bijvoorbeeld het endorfinesysteem belasten (bv. stress), kunnen leiden tot een ongevoeligheid voor endorfine. Tevens bestaat de kans dat andere stoffen die door het endorfinesysteem worden gemoduleerd minder goed functioneren. De genen beschikken zo te zien over een (epigenetisch) geheugen, lang voor de bevruchting plaatsvindt. Moeders die een jaar voor de bevruchting antidepressiva hebben gebruikt, hebben twee keer meer kans op een kind met autisme.

Het endorfinesysteem

Het gen dat een zware tol betaalt voor al deze veranderingen is het OPRM1-gen. Dit gen speelt een centrale rol in het ontstaan van de zogenaamde ‘moderne’ ziekten. Het OPRM1-gen bestuurt het endorfinesysteem en daardoor de werking van dopamine en tientallen andere immuun- en signaalstoffen. Het gen is betrokken bij diverse psychische processen zoals aandacht, motivatie, positiviteit, hechting en sociaal gedrag. Het OPRM1-gen reguleert tevens de gevoeligheid van cortisol en insuline, twee hormonen die betrokken zijn bij de regulatie van respectievelijk stress en glucose. Andere functues zijn de rijping van witte bloedcellen, de vrijgave van ontstekingswerende stoffen (cytokines), anti-kanker functies en het herstel van neuronen (neurogenese).

Factoren die aan de basis liggen van een verstoorde OPRM1-gen werking zijn exorfinen. Dit zijn morfine-achtige stoffen uit gluten, zuivel en soja. Ze veroorzaken een ongevoeligheid voor insuline, endorfine en dopamine. Ook chronische stress, een tekort aan omega-3 en andere nutriënten, het toenemende gebruik van drugs en geneesmiddelen en de overconsumptie van suiker en verkeerde vetten spelen een rol in de OPMR1-gen problematiek.

Bron: Exendo

Ik ben opgeleid door Exendo, die gedurende 10 jaar praktijkervaring, een herstelprocedure heeft ontwikkeld voor de endorfine- en dopamine problematie die de verborgen oorzaak is van tientallen zogenaamde ‘beschavingsziektes’. Indien je gemotiveerd bent om de echte oorzaken aan te pakken kan ik je begeleiden met een stappenplan, waardoor je in enkele maanden tijd een verbetering kunt ervaren met als uiteindelijk doel het natuurlijk evenwicht van je lichaam te herstellen.

Lees de basis over het endorfinesysteem hier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *